Beauty-labels onder de loep: wat „vegan“, „diervriendelijk“ en „clean beauty“ echt betekenen
„Vegan“, „diervriendelijk“, „clean beauty“ – de woorden staan op bijna elke flacon en tube. Ze wekken vertrouwen, maar de vraag is: komt dat beeld overeen met wat er feitelijk achter zit? Wie bewuster wil kopen, moet een beetje verder kijken dan de voorkant van de verpakking. In wat volgt, zoom ik in op de belangrijkste termen, laat ik zien waar de grenzen liggen en waar je je wél op kunt verlaten – en waar beter niet.
Wat er écht achter de beloften op de verpakking zit
Veel beauty-labels zijn juridisch nauwelijks vastomlijnd. Dat geeft bedrijven speelruimte: ze mogen termen verschillend invullen, zolang ze consumenten niet aantoonbaar misleiden.
Tegelijkertijd zijn er wél duidelijke wettelijke kaders:
- In de EU zijn dierproeven voor cosmetische eindproducten en de meeste nieuwe ingrediënten in principe verboden.
- Fabrikanten moeten aan strikte regels voldoen voor etikettering, bijvoorbeeld bij het vermelden van ingrediënten en waarschuwingen.
Aanduidingen als „vegan“, „diervriendelijk“ of „clean beauty“ zijn daarentegen meestal vrijwillig. Ze kunnen richting geven bij het kiezen, maar ze nemen je kritische blik niet over – noch het lezen van de ingrediëntenlijst, noch het checken van serieuze keurmerken.
Vegan, diervriendelijk, clean: wat de begrippen in het dagelijks leven betekenen
„Vegan“ – zonder ingrediënten van dierlijke oorsprong
Bij cosmetica betekent „vegan“ doorgaans: er zitten geen stoffen in die van dieren afkomstig zijn. Typische ingrediënten die dan uitgesloten zijn:
- bijenwas, honing, propolis
- lanoline (wolvet)
- karmijn (rode kleurstof uit schildluizen)
- bestanddelen uit melk of ei
Belangrijk om te weten: „vegan“ zegt niets over dierproeven. Een product kan qua ingrediënten volledig vegan zijn, terwijl het merk als geheel wél actief is op markten waar dierproeven worden geaccepteerd of zelfs verplicht zijn.
„Diervriendelijk / dierproefvrij“ – een label met veel grijstinten
„Dierproefvrij“ suggereert dat er voor het product geen proeven op dieren zijn uitgevoerd. In de EU zijn dierproeven voor cosmetica al verboden, maar daarmee is het verhaal niet klaar:
- Veel grondstoffen zijn in het verleden wél op dieren getest.
- Sommige merken verkopen ook in landen waar dierproeven (onder bepaalde omstandigheden) nog steeds eisen kunnen zijn.
Onafhankelijke keurmerken leggen de lat meestal hoger dan bedrijven die zichzelf zomaar „dierproefvrij“ noemen. Ze verlangen bijvoorbeeld schriftelijke garanties van leveranciers. Zonder keurmerk blijft „dierproefvrij“ vaak lastig te verifiëren.
„Clean Beauty“ – vooral marketing, weinig vaste grenzen
„Clean Beauty“ is geen beschermde term en kent geen uniforme, wettelijke definitie. In de praktijk bedoelen merken er meestal mee:
- vrij van bepaalde ingrediënten die zij zelf als „problematisch“ of „ongewenst“ bestempelen
- zo „minimalistisch“, „gereduceerd“ of „transparant“ mogelijke formuleringen
- nadruk op goed verdraagbare, vaak (maar niet altijd) natuurlijke ingrediënten
Welke stoffen als „niet clean“ gelden, verschilt per merk. De ene „clean“-lijst schrapt parfum, de andere siliconen, een derde bewaarmiddelen – of alles tegelijk. „Clean“ betekent bovendien níet automatisch:
- beter verdraagbaar voor elke huid
- natuurlijker of milieuvriendelijker
- effectiever of veiliger
Typische valkuilen – en hoe je ze herkent
- „Vegan“ met schattige dierenplaatjes: Dierenmotieven op de verpakking wekken snel de indruk dat een product bijzonder diervriendelijk is. Dat zegt niets over de houding van het merk ten opzichte van dierproeven.
- „Dierproefvrij“ in de EU: Omdat dierproeven voor cosmetica sowieso verboden zijn, voegt de claim zonder extra context weinig toe. Ze laat niet zien of een merk meer doet dan wettelijk verplicht is.
- „Zonder chemicaliën“ of „toxinevrij“: Alles is chemisch opgebouwd, ook water en plantaardige oliën. Zulke termen zijn meestal puur marketing, geen serieuze veiligheidsinformatie.
- „Clean“ als kwaliteitsstempel: Dat een ingrediënt op een „zwartelijst“ staat, betekent niet automatisch dat het onveilig is. En omgekeerd: een „clean“ product is niet per definitie milder of beter onderbouwd.
Slimmer kopen: waar je echt op kunt letten
- Kijk naar keurmerken: Onafhankelijke certificeringen zijn doorgaans transparanter dan losse slogans. Een snelle blik op de criteria achter een logo kan veel misverstanden voorkomen.
- Gebruik de ingrediëntenlijst: Wie bepaalde stoffen wil vermijden (bijvoorbeeld intense parfumering, bepaalde alcoholen of microplastics), kan die alleen via de INCI-lijst echt opsporen.
- Weet wat voor jou telt: Dierenwelzijn, zo weinig mogelijk ingrediënten, geen minerale oliën, géén geurstoffen – wat staat bij jou bovenaan? Heldere prioriteiten maken kiezen eenvoudiger.
- Let op uitleg van het merk: Serieuze aanbieders leggen op hun website concreet uit wat zij onder „vegan“, „dierproefvrij“ of „clean“ verstaan en hoe ze dat controleren.
- Observeer je huid: Uiteindelijk is jouw eigen huid de beste graadmeter. Als je ergens goed op reageert, is dat relevanter dan welk label dan ook.
Kort samengevat
Labels als „vegan“, „diervriendelijk“ en „clean beauty“ kunnen richting geven, maar zijn zelden strak gedefinieerd. „Vegan“ gaat enkel over de herkomst van ingrediënten, „dierproefvrij“ is in het licht van het EU-verbod op dierproeven vaak minder onderscheidend dan het lijkt, en „clean beauty“ is vooral een marketingparaplu zonder uniforme standaard. Wie echt bewust wil kiezen, heeft meer aan betrouwbare keurmerken, de ingrediëntenlijst en de eigen huidreactie dan aan één woord op de voorkant van de verpakking.