Mooi gelakte nagels: deze lakfouten moet u echt vermijden
Verzorgde, egaal gelakte nagels ronden elke look af – maar ze ogen alleen echt chic als de lak strak, glad en streeploos is. Veel typische problemen zoals luchtbelletjes, afbrokkelen of een hobbelig oppervlak ontstaan door kleine onnauwkeurigheden bij de voorbereiding of tijdens het lakken zelf. In dit artikel leest u waar het vaak misgaat en hoe u die fouten voorkomt, zodat uw nagellak langer houdt en meer weg heeft van een professionele manicure.
Waarom de perfecte laklaag al vóór de eerste penseelstreek begint
De basis voor mooi gelakte nagels wordt gelegd voordat het kwastje de nagelplaat raakt.
Vette, vochtige of oneffen nagels zijn dé redenen dat nagellak slecht hecht, snel loslaat of zich ongelijkmatig verdeelt.
Belangrijk zijn vooral:
Resten van handcrème of olie
Ze vormen een dun laagje op de nagel en verminderen de hechting van de lak.
Onschone of rafelige nagelranden
Kleine stukjes huid of ruwe randjes maken een strakke lakrand vrijwel onmogelijk.
Te zachte of verzwakte nageloppervlakken
Te agressief vijlen of polijsten kan de nagel dunner maken, waardoor hij sneller splijt en de lak minder goed pakt.
Als u deze punten overslaat, wordt zelfs met een dure of “goede” lak een strak, gelijkmatig resultaat lastig.
Van vijlen tot finish: zo lakt u uw nagels stap voor stap netter
Met een zorgvuldige volgorde voorkomt u veel van de bekende lakproblemen:
Nagels in vorm vijlen
Vijl in één richting in plaats van heen en weer „zagen“, om splijten te voorkomen. Scherpe hoekjes kunt u iets afronden voor een zachter silhouet.
Nageloppervlak licht egaliseren
Kleine oneffenheden voorzichtig met een fijne polijlvijl gladmaken. Niet te vaak en niet te stevig, om de nagel niet dun te vijlen.
Nagels goed ontvetten
Handen wassen, nagels goed drogen en het nageloppervlak ontvetten met remover of alcohol. Direct vóór het lakken liever geen handcrème gebruiken.
Met dunne lagen werken in plaats van één dikke
Twee à drie dunne lagen lakken is beter dan één dikke. Dunne lagen drogen gelijkmatiger en hebben minder neiging om te scheuren of af te brokkelen.
Tijd nemen tussen de lagen
Tussen de lagen een paar minuten laten aandrogen. Dat verkleint de kans op strepen, luchtbelletjes en deuken.
Afsluiten en verzegelen
Tot slot een dunne beschermlaag (topcoat) aanbrengen en de nagelrand licht „omwikkelen“ door de kwast langs de vrije rand te halen. Dat helpt afbrokkelen aan de buitenkant te verminderen.
Typische valkuilen – en hoe u ze vermijdt
Een aantal fouten komt steeds terug, maar is met kleine aanpassingen eenvoudig te voorkomen:
Lakken direct na het douchen
Nagels nemen water op, zwellen op en krimpen daarna weer. Lakt u in die fase, dan kan de lak sneller barsten of loslaten. Beter: wachten tot de nagels echt volledig droog en afgekoeld zijn.
Te dikke laklagen
Ze lijken in eerste instantie mooi dekkend, maar drogen slecht door, blijven zacht en zijn extreem gevoelig voor stoten en vegen.
Nagels en nagelriem „droog“ knippen
Droge velletjes en nagelriem wegknippen leidt snel tot kleine wondjes en scheurtjes. Beter: nagelriem zacht maken (bijvoorbeeld na het handen wassen), voorzichtig terugduwen en alleen écht losse velletjes heel spaarzaam weghalen.
Geen geduld bij het drogen
Direct daarna schoonmaken, typen, koken of strakke kleding aantrekken: dat is bijna een garantie op beschadigingen. Plan liever bewust wat droogtijd in – zeker als u meerdere lagen hebt gelakt.
Lakken op duidelijk beschadigde nagels
Gescheurde, extreem broze of afgebroken nagels zijn lastig netjes te lakken. Soms is het verstandiger de nagels even „rust“ te geven, met voedende verzorging in plaats van steeds opnieuw lak.
Bewezen praktische tips voor een verzorgd lakresultaat
Met een paar eenvoudige gewoonten oogt uw lak meestal direct strakker:
- Laat handen en nagels volledig drogen vóór u begint met lakken.
- Rol het lakflesje even tussen uw handpalmen, in plaats van het krachtig te schudden – zo voorkomt u dat er veel luchtbelletjes in de lak komen.
- Werk bij voorkeur met drie penseelstreken per nagel: eerst in het midden, dan links en rechts. Dat geeft doorgaans een egaler oppervlak.
- Corrigeer foutjes plaatselijk in plaats van in haast de hele nagel opnieuw te doen. Een fijn kwastje of wattenstaafje met remover volstaat vaak al om een klein uitgeschoten randje bij te werken.
- Verzorg nagels en nagelriem regelmatig, los van de lakmomenten, bijvoorbeeld met olie of een rijke crème. Een gezonde nagelstructuur is de beste basis voor een mooie laklaag.
Kort samengevat
De meeste lakproblemen zijn terug te voeren op drie dingen: onvoldoende voorbereiding, te dikke lagen en te weinig droogtijd.
Wie het nageloppervlak zorgvuldig reinigt en ontvet, de lak in meerdere dunne lagen aanbrengt en de nagels daarna echt laat uitharden, voorkomt een groot deel van de gebruikelijke ergernissen. Het resultaat: een egalere, verzorgde laklaag die in het dagelijks leven merkbaar langer mooi blijft.
Veelgestelde vragen over nagels lakken
Hoe vaak kan ik mijn nagels lakken zonder ze te veel te belasten?
Gun uw nagels af en toe een lakpauze, zeker als ze broos aanvoelen of snel scheuren. Hoe vaak u kunt lakken zonder problemen, hangt af van uw nageltype en van wat uw handen dagelijks te verduren krijgen (bijvoorbeeld veel schoonmaken, werken met water of handschoenen).
Wat kan ik doen als mijn nagellak voortdurend blaasjes vormt?
Vermijd krachtig schudden met het flesje, lak niet in een erg warme of vochtige ruimte en werk met dunne lagen. Lak die al wat ouder en dikker is geworden, geeft bovendien sneller blaasjes – eventueel een paar druppels speciale verdunner toevoegen of de lak vervangen.
Hoe herken ik dat een nagellak „te oud“ is?
Als de lak sterk is ingedikt, zich na het rollen nauwelijks meer homogeen laat mengen, draderig wordt of streperig en vlekkerig opdroogt, is hij meestal over zijn houdbaarheidsgrens heen.
Hoe krijg ik nette randen en overgangen bij de nagelriem?
Laat een heel smalle „bufferzone“ vrij rond de nagelriem in plaats van er strak tegenaan te lakken. Werk rustig, met weinig product op het kwastje, en corrigeer kleine uitschieters direct met een dun kwastje en wat remover. Daardoor ogen de randen veel strakker, zonder dat u hoeft te „gummen“ nadat alles al droog is.